50 shades of white

Toen ik zondag wakker werd, zag ik zo’n beetje 50 shades of white. De vermoeidheid laat zich soms ook even zien via mijn gezicht. Maar moe of niet, het mocht mijn zondagochtend wandeling in de zon niet bederven. Ik wandel meestal zo’n uur door het natuurgebied hier vlakbij. Het is zo lekker ontspannend. Vaak staan er ook schapen te grazen (grapen te schazen haha). Ik liep dit keer ook weer langs de schapen, en zag dat er een picknicktafel stond waar een stel op zat. Ze zaten romantisch samen naar de schapen te kijken, toen plots twee schapen begonnen te krikken. Ik zou er hard om lachen, maar zij werden er een soort van ongemakkelijk van samen. Tot zover mijn zondagochtend wandeling.

Dus alles wat ik dan moest vastpakken, hield ik vast alsof er kak op zat.

Ik heb nieuwe planten en ik ben er zo gelukkig mee. Ik denk dat als je goed voor planten kunt zorgen, je automatisch ook je diploma hebt voor dat je goed voor jezelf kan zorgen. Dat is een nieuwe theorie die ik van de week heb bedacht. De gedrocht plant (klik hier voor het verhaal) staat nu in een mooie pot, ik hoop van harte dat hij goed gaat groeien. Ik heb niet bepaalt groene vingers, maar ik heb zelfs een plantje gestekt in water. Laat ik het maar weer eens proberen. Ooit wel eens van die tuinkerszaadjes geplant, maar tegen de tijd dat ze mooi groot waren, zat het vol schimmel. En daarna nog eens een cactus overgepot, maar die stierf ook na een maand. Niet heel veel succesverhalen betreft het planten van planten, Vroeger hielp ik mijn moeder wel eens (verplicht) in de tuin, maar ik ben als de dood voor spinnen. Dus alles wat ik dan moest vastpakken, hield ik vast alsof er kak op zat. Je weet wel, met twee vingers en een heel vies gezicht erbij. Ik denk dat als ik ooit een tuin heb, vanzelf groene vingers krijg. Ik ben nou eenmaal niet het ‘leuk-je-hele-tuin-vol-stoeptegels’-type. Ik wil bloemen, en véél. Gelukkig bestaan er tuinhandschoenen.

Ik denk dat we allemaal het fenomeen warme stoel kennen. Je komt ergens, en je gaat met je gat in een warme stoel zitten. Voorverwarmd door degene die voor jou in die stoel heeft gezeten. Góór. Ik was dus net even in de supermarkt voor champignons en wijn. Ik pak die kar. En die handvaten waren warm. Maar niet een beetje lauw warm, maar haast klam. Góór. Klamme handvaten. Dat je dacht van wie heeft hier met een angststoornis staan winkelen (ik was het dit keer niet). Het rare was dat ze ook heel lang warm bleven. Enfin, ik had in het weekend twee mini flesjes wijn gekocht, omdat ik zo’n hele niet op krijg in een weekend. Maar die twee kleine gingen wel weer makkelijk op, dus nu toch maar weer een grote fles wijn gekocht. Ik heb tenslotte te vieren dat ik mijn tentamen heb gehaald, het heel goed gaat met mijn website én binnenkort een baan heb. Waar kan jij op proosten?

Liefs.

3 Comments

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.